Cognitieve gedragstherapie

Zorgaanbod: Individuele behandeling

Cognitieve gedragstherapie

De cognitieve gedragstherapie bestaat oorspronkelijk uit 2 therapievormen: cognitieve therapie en gedragstherapie. De laatste 15 jaar zijn beide therapievormen steeds meer samengevoegd en worden zij vaak als een en dezelfde therapie beschouwd.
De cognitieve therapie gaat er van uit dat wat we denken van invloed is op wat we voelen en op wat we doen. Zo kunnen negatieve gedachten die het kind of de jongere heeft over zichzelf psychische problemen veroorzaken of versterken. Als je als kind of jongere bijvoorbeeld denkt ‘ze vinden me vast dom als ik om hulp vraag’ voelt hij/zij zich angstig en onzeker en kiest hij/zij ervoor om de hulp niet te vragen.

Voor wie?
Cognitieve gedragstherapie wordt in de meeste gevallen individueel aan een kind of jongere aangeboden vanaf ongeveer 9 jaar. Deze therapievorm kan ingezet worden bij een verscheidenheid aan klachten. Te denken valt onder andere aan kinderen of jongeren die kampen met een negatief zelfbeeld, (sociale)angsten of depressieve klachten.

Doel
Binnen de gedragstherapie staat het veranderen van het gedrag van het kind of de jongere centraal. Hoe iemand doet bepaalt namelijk ook hoe iemand zich voelt. Als een kind bang is om hulp te vragen, dan zal het er voor kiezen om dit niet te doen. Dit vermijden zorgt er op korte termijn voor dat een kind minder bang is. Op de lange termijn zorgt het er voor dat de angst blijft bestaan en zelfs groter kan worden. In gedragstherapie leren we de kinderen en jongeren stapje voor stapje te doen waar ze bang voor zijn. Door met dit nieuwe gedrag te gaan oefenen ontstaan er nieuwe gedachtenpatronen en andere gevoelens. Een kind of jongere kan gaan ervaren dat wanneer hij hulp vraagt, niemand hem dan vindt, maar hem juist graag wil helpen.

Werkwijze
Door middel van cognitieve therapie zal de therapeut met het kind of de jongere nagaan welke negatieve gedachten en/of ideeën hij of zij heeft over zichzelf en anderen. Er wordt bekeken of deze wijze van denken eigenlijk wel klopt. De therapeut zal het kind of de jongere aanleren om de negatieve gedachten te vervangen door meer positieve en helpende gedachten. Hiervoor worden specifieke oefeningen gebruikt en krijgt het kind of de jongere ook regelmatig huiswerkopdrachten mee. Door het anders leren denken veranderen de gevoelens en het gedrag van het kind of de jongere ook in positieve zin. De klachten nemen hierdoor af.

Cognitieve gedragstherapie kan zowel de manier van denken van het kind of de jongere beïnvloeden als de manier van gedragen. Soms zal de nadruk in de therapie meer liggen op het denken en soms meer op het doen.